“Ik vind het een beetje lastig, maar wil je toch even melden dat er gisteren tijdens het spel van … 2 mannen achter mij eerst hardop zeiden ‘wat is die nou aan het doen’ en vervolgens gingen zitten lachen.”

Dit bericht kreeg ik vorige week van een bezorgde moeder naar aanleiding van de voorspeel avond.

Wanneer je begint met vioolspelen is het nog redelijk overzichtelijk. Over het algemeen gaat het ongeveer zo: eerst leer je hoe je de viool moet vasthouden en hoe alle onderdelen heten. Dan begin je met het trainen van spieren die je nooit eerder hebt gebruikt, zodat je na een aantal weken voor het eerst je vingers op de snaren kunt zetten. Tegelijkertijd leer je de stok vasthouden met allerlei oefeningen zodat je (met de juiste houding) ervoor kunt gaan zorgen dat je 1 snaar tegelijk strijkt zonder de stok te laten stuiteren. Laat ik heel eerlijk zijn, dit is niet gemakkelijk.

Gelukkig gaat dit meestal gepaard met een aantal liedjes, waardoor je toch steeds weet waar je het ook alweer voor doet. Bovendien is het bijzonder leuk wanneer je weer iets geleerd hebt en je kunt iets dat eerder nog niet lukte. Het nodigt uit om weer een stapje verder te gaan. Denk aan een baby. Voordat deze zijn eerste zelfstandige stapje zet ontdekt hij eerst zijn handen, zijn voeten, moet hij leren zijn hoofd recht te houden, omdraaien, zich oprichten, zitten, zich optrekken en staan, van het ene op het andere been staan, zich voortbewegen terwijl hij zich vasthoudt, en dan gebeurt het opeens: hij zet zijn eerste zelfstandige stapje.

Wat je tijdens de leerlingenconcerten hoort is een momentopname van de voortgang. Dat is wat je hoorde en daar ben ik bij alle leerlingen supertrots op!

Share